On 23 October was the very successful first edition of Het Groot Dictee der Nederlandse Taal at TNC. The winner, with only 2 mistakes, was Randy van Halen, who came over from the Netherlands especially for this event. Congratulations! Read here a nice report (in Dutch) of this spelling bee, on the site of dictee.nl, by Bert Jansen.

The winner Randy van Halen, in the middle, surrounded by his admirers.

Nieuwe attractie in de Big Apple

Mijn buitenissige dicteehobby – althans, in veler ogen – bracht mij de afgelopen, pakweg, kwarteeuw van Antwerpen tot Zutphen, van Leeuwarden tot Zottegem en van Houthalen tot Middelstum, maar nimmer verliet ik het Europese continent voor een dicteetje. Tót maandag 22 oktober.

New York 2018

Bert Jansen en Randy van Halen genieten een lichte maaltijd voorafgaand aan het dictee.

door Bert Jansen

Op22 oktober vloog ik in acht uur met de KL645 van Amsterdam Schiphol naar JFK Airport New York teneinde deel te nemen aan het door The Netherland Club, een vereniging voor Nederlandse expats, die – zo staat op haar website te lezen – Dutch art, culture and ideas tot haar werkterrein rekent, georganiseerde dictee. Uit frustratie over de teloorgang van het Groot Dictee der Nederlandse Taal had het genootschap besloten zijn eigen groot dictee te organiseren. En dat deed het voortreffelijk. Lees maar door.

In maart van dit jaar zocht de club daartoe de gelauwerde, in New York wonende schrijver Merijn de Boer – die wij (hopelijk) allen kennen van zijn tragikomische roman Jagthuis – aan om het dictee te schrijven. Niet altijd staat een succesvol schrijverschap garant voor het componeren van een doorwrocht dictee; Merijn echter kweet zich uitstekend van zijn taak, maar daarover later meer.

Stendhalsyndroom

Naar het westen vliegend, heeft de jetlag minder vat op het slaap-waakritme, en na een verkwikkende nachtrust bij mijn New Yorkse vrienden, treinde ik de volgende dag dan ook uitgerust naar het op een uur reizen van Bayside gelegen Manhattan.
Het 9/11 Memorial & Museum was mijn eerste reisdoel. De twee waterbakken die het Memorial vormen, markeren precies de plek waar vroeger de torens stonden. Op de koperen reling langs de kant zijn de namen van alle 2700 slachtoffers gegraveerd. De vrijwilligers in het museum geven gedetailleerd, gedreven en gedegen uitleg bij de geëxposeerde attributen. Ik hield er de ogen niet steeds droog bij.
Dat deed ik ook niet in de Frick Collection, mijn favoriete museum in New York, zij het dat díé emotie voortkwam uit het stendhalsyndroom; het intieme museum aan de Upper East Side – een eeuw geleden het optrekje van de industrieel en kunstverzamelaar Henry Clay Frick – staat en hangt namelijk vol met de mooiste kunstwerken. In zijn testament had de mecenas bepaald dat zijn residentie na zijn dood voor het publiek moest worden opengesteld.

New York 2018

De deelnemers zitten klaar in het Warwick Hotel

Elvis Presley en Randy van Halen

Tegen vieren moest ik mij losscheuren uit de koesterende muzische armen; om vijf uur had ik immers een afspraak in het Warwick Hotel, een klein uur wandelen vanaf het museum. Lopend over Fifth Avenue werd ik andermaal getroffen door een emotioneel moment. Een zwerver staat diep voorovergebogen boven een vuilnisbak op zoek naar iets eetbaars, terwijl even verderop een Bentley stopt en een geüniformeerde portier naar buiten snelt om de aktetas van meneer aan te nemen. Een schrijnend beeld van de keerzijde van de zegeningen van deze wereldstad.
In de lobby van het chique, bijna honderd jaar oude Warwick Hotel, dat er prat op gaat ooit James Dean, Elizabeth Taylor en Elvis Presley tot zijn gasten te hebben mogen rekenen, trof ik Randy van Halen, de immer goedlachse benjamin uit het dicteecircuit. Toen ik in 1994 mijn eerste dictees schreef, stiet hij in zijn wiegje nog slechts ongearticuleerde klanken uit; nu is hij de angstgegner van menige doorgewinterde dicteetijger. ’t Kan verkeren …

Vlaams bezoek

Na een lichte maaltijd spoedden we ons weer naar de lounge, waar ik mijn al jaren in New York wonende vriend Arnold Brakenhoff ontmoette. Het kostte mij enige weken geleden niet héél veel overredingskracht om hem te bewegen mee te schrijven. Hij is weliswaar bioloog, maar een met grote affiniteit met taal in het algemeen en Nederlands in het bijzonder.

Het Warwick Hotel in hartje New York: wat een ambiance voor een dictee!

Juist toen wij gedrieën, niet gespeend van enige zelfoverschatting, bespiegelden wie er op de derde plaats zou eindigen, stapte onze Gentse dictee-collega Frans van Besien de lobby binnen. Hij keek als een snoek op zolder toen hij er Randy en mij ontwaarde. Onze Vlaamse vriend was er vast van overtuigd geweest de enige gek te zijn die voor het neerpennen van een paar zinnen de plas was overgestoken.
Kort na zevenen begon de Warwickzaal op de eerste etage langzaam maar zeker vol te lopen met expats. Wat een ambiance! Gracieus tapis-plain, imposante kroonluchter aan een fraai gestuukt plafond en doorvoelde kunst aan de muur.  Wat een contrast met de tl-verlichte schoollokalen of bibliotheekzaaltjes met systeemplafonnetjes waar wij normaliter onze pennenstrijd voeren!

De jonge held

Klokke halfacht opende Hein-Jan Keijzer, general manager van de Netherland Club, de avond. Hij bespeelde zijn vijfenveertigkoppig publiek met vrolijk, ontwapenend gemak, met een flux de paroles waar menig stand-upcomedian met nauwverholen afgunst naar geluisterd zou hebben. Hij had genoeg kwinkslagen in huis om zijn gehoor geregeld lachsalvo’s te ontlokken. Als besluit van zijn inleiding bemoedigde hij zijn publiek met een tegeltjeswijsheid: ‘Wie geen fouten maakt, maakt meestal niets.’
Er bleek één persoon in het publiek te zitten die wel eens had meegeschreven met het Groot Dictee der Nederlandse Taal in de Eerste Kamer. Even was alle aandacht voor hem, maar toen vervolgens bekend werd dat er een heuse winnaar van dat prestigieuze dictee in de zaal zat, was de aandacht plotseling verschoven; zij ging naar de blondgelokte Dordrechtenaar, die stante pede, maar ietwat voorbarig, werd uitgeroepen tot de te kloppen man. Vier expatbeauty’s met geacheveerde frisuren, voor de gelegenheid zorgvuldig gekleed en opgemaakt, flankeerden pijlsnel de jonge held voor een fotomomentje.

Celloconcert in A-majeur

Daarna werden de gebruikelijke spelregels geprojecteerd en geadstrueerd. Nee, dat van die ‘gebruikelijke spelregels’ moet ik terugnemen, want punt 5 was verre van ‘gebruikelijk’: als scheidsrechter werd daar het Witte Boekje genoemd. Bij ten minste drie aanwezigen sloeg de schrik om het hart. Dát is vloeken in de kerk van dicteeland. Kathaars als de dicteenomaden zijn, kennen zij slechts één gnomon, en dat is het Gróéne Boekje!
Enfin, do in New York as the New Yorkers do, zo luidt een oud gezegde, dus er zat niets anders op dan ons te conformeren.

Punt vijf van het reglement: het Witte Boekje als scheidsrechter …

Terwijl buiten op Sixth Avenue hevig strijd wordt gevoerd om elke vierkante centimeter asfalt, klinkt in de Warwickzaal het derde deel uit het celloconcert in A-majeur, de compositie van Carl Philipp Emanuel Bach die voor eeuwig verbonden zal blijven met het bij de vuilbak gezette winterse evenement. Een plechtig moment.

New York 2018

Hein-Jan Keijzer, de voorzitter van de Netherland Club New York

Appeltje-eitje

‘Geen jip-en-janneketaal maar appeltje-eitje voor slimmeriken’, zo luidde de titel van het door de auteur zelf voorgelezen dictee. Deze zette de grijze cellen van de expats al meteen op volle toeren aan het werk. Trouwens, de correctoren ook, zoals later zou blijken. Het argeloze publiek werd immers geconfronteerd met diverse orthografische voetangels en klemmen. Want ga maar na: om deze titel foutloos op papier te krijgen is er kennis vereist van de regels van samenstellingen met een woordgroep, van samenkoppelingen, van namen die ‘gewone’ woorden geworden zijn en van het niet-verdubbelen van consonanten bij onbeklemtoonde woordeinden. Voorwaar geen klein bier!
In zijn slechts vier alinea’s tellende vignet droeg De Boer vervolgens een oplossing aan voor het chronischevermoeidheidssyndroom. En waar is deze welvaartsziekte beter mee te bestrijden dan met spijs en drank in een à-la-carterestaurant – al is dat dan achenebbisj – zo vroeg hij zich af. De successchrijver serveerde er geen jambalaya met ras el hanout, ook geen afingi, laat staan anyumara. Nee, in het Warwick werd gewone Hollandse kost geserveerd, zoals een in bearnaisesaus gedrenkt sukadelapje, dat weggespoeld werd met goudgeel gerstenat. Als toetje serveerde de gevierde auteur geen croquembouche, maar een cappuccino en een oud-Hollands advocaatje. Alantswijn of château-neuf-du-pâpe stond niet op het menu.
Alinea 3 eiste, óók bij nader inzien, wel enige filologische vaardigheid om de portee ervan te doorgronden. Ik citeer het tweede deel van deze passage: ‘Bij een tête-à-tête op westers territorium van drie neerlandici werd er verbaal getirailleerd op ouwehoerende nouveaux riches die Engelse woorden gebruiken in ge-sms’te kattebelletjes.

Basisregels

Summa summarum kan ik zeggen dat De Boer erin is geslaagd de uitgeweken yuppies in New York een mooi dictee te serveren, waarin hij niet de nadruk legde op de przewalskipaarden of tseetseevliegen in onze taal, maar op de basisregels van onze spelling, zoals de apostrof in afleidingen, het koppelteken in samenstellingen, het ontbreken van het accent aigu in de eerste lettergreep in van oorsprong Franse woorden, de klinkerbotsing, de tussen-n en de conjugatie. Maar dat bleek al moeilijk genoeg, want de auteur gaf vrijwel iedereen van jonge jan en van lange jan met zijn linguïstische samoerai. In het dictee zaten wel aardig wat Franse woorden vervlochten, zoals déjà-vugevoeljoie de vivre en tête-à-tête, maar een Franse slag was er niet in te herkennen.

Voordat de dictees ter correctie werden opgehaald, werd de deelnemers nog gevraagd in te schatten hoeveel fouten eenieder gemaakt dacht te hebben. Aan aardige noviteit!
Tijdens de pauze was er ongelimiteerd drank en onderhoudende kout, onder anderen met Neelam Melwani, die ons land als ambassadeur vertegenwoordigt in New York. Het zal wel aan mij liggen, maar mijn associatie met het hoge ambt van ambassadeur is – nee, wás – in eerste instantie die van man en grijs; Neelam echter is in alles het tegenovergestelde: vrouw en jong (bovendien innemend en eloquent).
De jury, die voorgezeten werd door De Boer, bestond verder uit Wijnie de Groot, docente Nederlands aan de Columbia University in New York, en Carla Schoor, promovendus. Zij hoopt volgend jaar te kunnen promoveren op een studie naar het overdrachtelijke taalgebruik in de politiek en gaf nadere toelichting op veelvuldig fout gespelde woorden. Over ‘geüpdatet’ zei ze: ‘die schrijfwijze moet je echt opzoeken’. Ik houd dat maar op een lapsus linguae, want er is geen regel zo glashelder en zonder uitzonderingen als die van de vervoeging. Dus nee, dát hoef je nu juist níét op te zoeken.

New York 2018

Winnaar Randy van Halen werd direct omringd door vrouwelijk schoon.

Ajax tegen IJsselmeervogels

Dan het verdict. Het gemiddelde aantal fouten lag op ruim 42. De beste expat maakte 29 fouten. Vriend Arnold maakte er slechts zes meer. Niet onverdienstelijk voor een bèta.
Er is een stelregel dat degene die het verst gereisd heeft ook de hoogste ogen gooit. Welnu, die standaard is opnieuw juist gebleken. Maar niet één van de drie dicteenomaden wist een foutloos dictee af te leveren.  Uw djoeroetoelis kreeg zijn werk terug met zes rode strepen (toch door de jetlag …?), Frans met vier. De fortuin was wederom geen stiefmoeder voor Randy, want met slechts twee fouten was hij de glorieuze winnaar van het Eerste Groot Dictee der Nederlandse Taal van New York. Een formulering die impliceert dat ik ervan uitga – in ieder geval hóóp – dat er met dit dictee een traditie geboren is. In dat geval suggereer ik twee categorieën in te stellen, te weten die van liefhebbers en die van ‘professionals’. Op die manier hebben ook de expats kans op een podiumplaats. Nu was het het eerste van Ajax tegen het tweede van IJsselmeervogels.

En, o ja, Frans won ook nog een prijs; hij had, modest als hij is, zijn aantal fouten op vijf geschat, één meer dan zijn werkelijke aantal. Er was geen prijs voor diegene die het meest bescheiden was, anders was die zeker gegaan naar de deelnemer die zijn foutenlast op honderd geschat had. Ik informeerde ook nog even bij de man die mij in de pauze vertelde er vermoedelijk vijf gemaakt te hebben. Het waren er uiteindelijk 39. Optimisme en realisme lopen elkaar soms aardig voor de voeten …

Een man moet rijk leven, dacht ik, en daarom vroeg ik bij de receptie naar de prijs van een kamer voor een nacht. Ik was wel bereid er tweeënhalfhonderd bucks voor neer te tellen, maar de receptionist sprak zonder blikken of blozen: ‘That will be 775 dollar’. Ik dankte hem beleefd en spoedde mij naar de dichtstbijzijnde subway. Terug naar Bayside.